Artikel voor de
Haagsche Courant over verrijkte voeding Januari 2000
Margarine tegen hart-en vaatziekten, pizza's tegen prostaatkanker, drinkvoeding tegen longemfyseem, voeding tegen doorliggen, supergezonde aardbeien, het kan allemaal. Soms ook bestaat het al. Wordt de supermarkt een superapotheek?
Voedingssupplementen staan enorm in de belangstelling. Het zijn geïsoleerde voedingsstoffen, die in grote hoeveelheden worden ingenomen. Veel sporters bijvoorbeeld nemen wel een of meerdere supplementen tot zich. Zoals de stof creatine bijvoorbeeld. Creatine zit in vlees, vooral in kip en in haring. Om de vereiste oppepper voor de spieren te krijgen zou een sporter 3 kg. biefstuk en 50 haringen naar binnen moeten werken. Liever neemt zo'n sporter 3 gram in water opgelost poeder.
Maar niet alleen sporters moeten topprestaties leveren. Ook patiënten moeten topprestaties leveren om beter te worden of om zich in stand te houden. Voor sommigen van hen wordt nu voeding als medicijn ontwikkeld. Patiënten met chronische bronchitis en longemfyseem kunnen de drinkvoeding respifor van Nutricia voorgeschreven krijgen. Deze patinten eten wegens ademhalingsmoeilijkheden vaak slecht. Dat laatste kan weer tot ondervoeding en een verminderde spiermassa. Ze kunnen zich daardoor minder goed inspannen en ze zijn minder goed bestand tegen ziekten. Drie maal daags een glas met een forse dosis van eiwitten, koolhydraten, vetten, vitaminen en anti-oxidanten verbeteren spierkracht en gewicht en bovendien gaat het lopen weer beter. Numico komt met een voedingssupplement tegen doorliggen. Dit middel moet met behulp van anti-oxidanten de kwaliteit van de bloedvaten verbeteren. Tevens wordt gewerkt aan een aan voeding toe te voegen middel, waarmee achteraf de schade van een hartinfarct beperkt kan worden en slecht functionerende en beschadigde hartspieren weer beter gaan werken.
Voorkomen
Ook voor het voorkómen van kwalen worden verschillende soorten voeding ontwikkeld. Zoals de Finse margarine Benecol en Unilever's Becel Pro-Actief. De werking van beide margarines berust op het remmen van de absorptie van slecht LDL-cholesterol in de dunne darm door toevoeging van plantesterolen, plantaardige cholesterol. Benecol is verrijkt met bewerkte sterolen uit houtpulp. Becel pro-Actief is verrijkt met plantesterolen uit sojabonen. Met behulp van deze sterolen kan het slechte LDL-bloedcholesterol met maximaal 13% worden gereduceerd, terwijl het goede HDL-cholesterol daar niet onder te lijden heeft. Tien procent minder cholesterol in het bloed verlaagt volgens Unilever bij 40-jarigen de kans op een hartinfarct met de helft.
Bieten voor gezonde darmen
Deze farmaceutische voedingen zijn bewust samengesteld. Er bestaan ook voedingssoorten met een extra gezondheidsbevorderende functie, al dan niet bewezen. Zij kunnen worden geproduceerd of gekweekt. Het Nederlandse CPRO-DLO heeft een nieuw type biet ontwikkeld, die inplaats van sucrose grote hoeveelheden oligofructanen bevat. Oligofructanen bevorderen de groei van bepaalde gezonde darmbacteriën.
En dan spruitjes. deze worden kankerremmende eigenschappen toegeschreven en daarnaar is al vaker onderzoek naar gedaan. Maar niet iedereen vindt spruitjes lekker. Dat komt waarschijnlijk door de glucosinolaten, zwavelhoudende stoffen, die de spruitjes hun bittere smaak geven. Deze stoffen zouden zijn betrokken bij de verwerking van carcinogene verbindingen in de bloedbaan. Daarom worden er door Novartis Seeds in Enkhuizen nu smaakvollere spruitjesrassen gekweekt, die toch kankerremmende eigenschappen zouden bezitten.
Ook tomaten kunnen een genezende werking hebben. Tomaten bevatten minimale hoeveelheden salicylaten, die, omgevormd tot acetylsalicylzuur, de basis zijn voor aspirine. Door manipulatie zouden tomaten met een pijnstillende werking kunnen worden gekweekt.
Tomaten behoren ook tot de voedingsmiddelen, die zonder dat zij gemanipuleerd of speciaal geteelt zijn, een heilzame werking hebben. Als je er tenminste veel van eet. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld, waar zoveel pizza's worden gegeten, komt prostaatkanker minder voor. Dit is te danken aan lycopeen, een stof, waaraan tomaten hun rode kleur danken. Niet voor niets wordt door voedingsdeskundigen gepraat over de mogelijkheid om tomaten met extra lycopeen te kweken.
Er kan veel. Moet dat ook?
Er kan veel. Maar moet alles dan ook? Bepaalde effecten over de interactie tussen verschillende voedingsstoffen tijdens de bereiding en de opname door het lichaam zijn weliswaar bekend, maar het geheim hoe die effecten ontstaan en wat er nu eigenlijk gebeurt, is meestal nog niet ontsluierd. Dat geldt ook voor de werking van voedingssupplementen, waarvan sommige aan voeding worden toegevoegd, zoals bijvoorbeeld kalk aan melk. Meer inzicht zal ontstaan nu van de producenten van geneeskrachtige voeding wetenschappelijk onderzoek wordt gevraagd. Zij moeten bewijs leveren van het resultaat van de door hen verwerkte anti-oxidante vitaminen, carotenoden, flavonïden, mineralen en sporenelementen, die in een ingewikkeld samenspel schadelijke stoffen moeten verdrijven en de opbouw van het lichaam moeten versterken. De vraag is nu of de al door hen verrichte onderzoekingen naar de letter van de wet voldoende zijn of dat zij, net als de farmaceutische industrie onderzoek in verschillende fasen moeten doen tot aan dierproeven toe. Een testcase loopt nu bij de Europese Novel Foods Commissie, waar wordt bekeken of Unilever het cholesterolverlagende effect van zijn margarine inderdaad voldoende heeft aangetoond. Van de uitspraak van de commissie hangt dus heel wat af voor toekomstige producenten van voeding met een medisch effect.
Grijs gebied
Producenten van voedingssupplementen en van verrijkte voeding hoeven de door hen geclaimde effecten niet wetenschappelijk te bewijzen. Zij claimen immers geen genezende werking van hun producten.De Maastrichtse hoogleraar humane toxicologie prof.dr. A. Bast zet daar kanttekeningen bij: 'Van de farmaceutische industrie wordt wetenschappelijk onderzoek gevergd om zowel de veiligheid van elk medicijn te waarborgen als de werkzaamheid aan te tonen. Daarom is van elk medicijn precies bekend hoe het door het lichaam wordt afgebroken. Maar vraag je bij voedingssupplementen hoe dat in zijn werk gaat, dan wordt het heel stil. We hebben het daar over een groot grijs gebied, waarvan we in enkele gevallen wel weten wat supplementen doen en in andere niet. We weten bijvoorbeeld wel dat een gebrek aan foliumzuur tijdens de zwangerschap kan leiden tot een baby met een open ruggetje, maar we weten ook dat toediening van foliumzuur een vitamine B12 tekort kan maskeren. We weten dat flavonoïden en vitamine C elkaars werking kunnen versterken, maar we weten ook dat een teveel aan ijzer de opname van flavonoïden kan afremmen. We weten dat kleine kinderen vitamine AD nodig hebben voor hun bot opbouw, maar dat een teveel schadelijk is en dat zij weliswaar fluoride voor hun tanden nodig hebben, maar dat je ook met opname van fluoride matig moet zijn. We weten ook dat bij selenium de grens toxisch-niet toxisch erg scherp ligt. En van een heleboel vitaminen en mineralen en andere voedingsstoffen weten we niet zeker of de heilzame werking die eraan wordt toegeschreven echt bestaat. '
We roesten langzaam weg
Bast geeft als voorbeeld de geclaimde gunstige werking van anti-oxidanten, zoals vitamine C, bèta caroteen, vitamine E, waarnaar aan de Universiteit van Maastricht veel onderzoek wordt gedaan: 'In ons lichaam is een voortdurend proces van verroesting gaande. De zuurstof die we inademen, gaat een verbinding aan met andere moleculen in het bloed en in de organen. Daardoor wordt de oxydatie van eiwitten en vetzuren in gang gezet. Gaat die oxydatie te ver, dan treden er beschadigingen op. Vetten zijn bijvoorbeeld belangrijk voor de instandhouding van onze celmembranen. Oxyderen deze, dan kan schade aan het DNA in de celkern ontstaan en schade aan het DNA kan tot kanker leiden. Goedbeschouwd ademen we ons op de lange duur eigenlijk dood, want we halen alsmaar zuurstof binnen. Anti-oxidanten, zoals vitamine C, E, bètacaroteen, moeten een deel van deze schade voorkomen. Maar nu kan juist een teveel weer averechts werken. Onze rode bloedcellen maken namelijk ook oxidanten aan, de zogenaamde radicalen. Ze doen dat om bacteriën te doden. Nemen we nu erg veel anti-oxidanten, dan lopen we het gevaar om onze lichaamseigen oxidanten af te breken. Alleen bij een teveel aan radicalen op de verkeerde plaats, hebben anti-oxidanten zin. Vooral bij ziekten, waarvoor bij het ouder worden meer gevaar bestaat, speelt een overmaat aan vrije radicalen een rol. Daarom zijn er aanwijzingen dat bij verschillende vormen van kanker, bij Alzheimer, ouderdomsdiabetes en de ziekte van Parkinson toediening van extra anti-oxidanten zinvol kan zijn.'
Supermarkt een apotheek?
Voedingssupplementen kunnen dus in speciale situaties zinvol zijn, maar zomaar slikken is uit den boze. Bovendien kunnen degenen, die voedingssupplementen willen nemen dat beter in de vorm van een pil doen, want dan kun je de effecten nog wel meten, meent Bast: 'Een vitaminepreparaat kies je gericht, je gaat er speciaal voor naar een speciale winkel of een speciale afdeling. Je koopt het bewuster en in sommige gevallen zijn de effecten meetbaar. Maar het produceren en eten van voeding, waaraan stoffen zijn toegevoegd, waarvan we hun effect op het gehele voedingspatroon niet weten, is ondoordacht. Er zijn cornflakes, waaraan ijzer wordt toegevoegd. Of dat nu zo gunstig is betwijfel ik, want te veel ijzer kan giftig zijn. In Engeland wordt nu ook al foliumzuur aan cornflakes toegevoegd omdat dit goed zou zijn voor de vaatwanden. Maar zoiets heeft alleen zin voor vrouwen in bepaalde perioden van de zwangerschap en voor degenen met een teveel aan homocysteïne in het bloed. Moet je zoiets dan aan de gehele bevolking geven? Zeker als je weet datfoliumzuur een vitamine B12-tekort kan maskeren? Een ander voorbeeld: melk met extra kalk kan gunstig zijn voor tieners en ouderen, maar is niet nodig voor de anderen.'
Funtionele voeding biedt vermeende veiligheid, meent Bast: ' Vanaf het moment dat cornflakes met extra foliumzuur op de schappen van de supermarkt staan, denkt de consument dat daar goed over is nagedacht en dat daar veel onderzoek aan ten grondslag ligt, maar dat is niet zo. Hij denkt ook dat, daar we voeding nodig hebben, de eraan toegevoegde stoffen een heilzaam effect zullen hebben. Zo doen stoffen, waarvan het uiteindelijk effect op het voedingspatroon niet bekend is op sluipende wijze hun intree. Het gebruik wordt daarbij ook nog eens chronisch, omdat we nu eenmaal altijd eten en drinken. Voedingssupplementen neem je alleen als je ze nodig hebt.'
Kirsten Emous