Artikel voor de
Haagsche Courant over hoorapparaten december 1998
Heardip voor Tak en Tas
Slechthorendheid betekent niet alleen minder horen, maar ook verschillende klanken en geluiden niet uit elkaar kunnen houden. Aan het AMC wordt gewerkt aan de nieuwste generatie digitale hoortoestellen, die zowel alle klanken verstaanbaar maken als automatisch meerdere achtergrondgeluiden wegfilteren.
Slechthorendheid verhelp je niet door de volumeknop van een hoortoestel wat verder open te draaien', zegt prof. dr. ir. W.A.Dreschler, audioloog aan het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, 'immers, een beruchte klacht van veel hoortoesteldragers is juist dat ze je wel kunnen horen, maar niet kunnen verstaan.'
Dit probleem is de kern van slechthorendheid, waarbij niet alleen zachte geluiden moeilijk worden waargenomen, maar waarbij tevens het onderscheid tussen harde en zachte tonen lastig te maken is. Luider zetten van het hoortoestel helpt dan niet. Toch werken de traditionele hoortoestellen voornamelijk door het versterken van decibellen, de geluidssterkte, waarmee klanken worden uitgedrukt.
Geluid is waarneembaar zowel door de sterkte ofwel decibellen, als door de frequentie. De frequentie wordt uitgedrukt met de term 'herz'. Geluid beweegt zich in zeer kleine stootjes of golven voort. Hoe sneller of frequenter die stootjes of golven opeen volgen, hoe hoger de toon. Kinderen kunnen nog goed een geluidssnelheid met hoge tonen van 20.000 herz onderscheiden, maar de meeste veertigers hebben al moeite met een frequentie van 15.000 herz; rond het zestigste levensjaar ligt de grens op 12.000 herz, bij zeventigjarigen rond de 10.000 herz en bij tachtigjarigen ongeveer op 6000 herz. Hoge tonen worden dus steeds slechter te horen.
Dit afnemend vermogen om hoge tonen waar te nemen gaat vaak samen met het verminderend vermogen om zachte tonen te onderscheiden van hardere. Het woord 'tak' valt dan moeilijk te onderscheiden van 'tas'. Dit afnemend onderscheidingsvermogen maakt bovendien het uit elkaar houden van verschillende achtergrondgeluiden lastig. Een menselijke stem raakt dan al gauw verloren in achtergrondlawaai zoals dat van verkeer, stemmengeroezemoes, zelfs in het geluid van zoemende p.c.'s of ritselende papieren.
Ouder worden niet altijd oorzaak
Ouder worden is niet altijd alleen de oorzaak; ook te lang blootgesteld zijn aan lawaai (lawaaidoofheid), virale infecties of medicijnvergiftiging kunnen oorzaken zijn. Sommige stoornissen kunnen worden verholpen door medicijnen of een operatie. Maar euvels aan het slakkenhuis, ontstaan door veroudering of door schade zijn vaak niet meer te verhelpen.
Het slakkenhuis bevindt zich in het binnenoor. Hier worden geluidsgolven omgezet in elektrische signalen. Vervolgens worden zij naar de hersenen gestuurd, die de elektrische signalen verwerken. Het slakkenhuis is net zo klein als het belangrijk is: hooguit 5 mm. in doorsnee. Maar het is ook zo hard, dat operatief ingrijpen alleen maar onherstelbare schade zou aanrichten. De functie van het slakkenhuis kan daarom alleen worden overgenomen door hoortoestellen.
De nieuwste generaties hiervan zijn digitaal zijn. dat betekent dat zij net zo worden geregeld als computers of mobiele telefoons of de wasmachine. Dat betekent vooral dat zij verfijnder kunnen werken en, bijvoorbeeld wanneer er veranderingen optreden in het gehoor, gemakkelijker kunnen worden bijgesteld.
Nieuwe generatie hoorapparaten
Onder meer door het audiologisch centrum van het AMC is de afgelopen vier jaar de basis gelegd voor software voor een nieuwe generatie digitale hoortoestellen. In het kader van het Europese project HEARDIP werd samengewerkt met de universiteiten van Cambridge, Rotterdam en Oldenburg en met Philips en Siemens. HEARDIP is de afkorting van Hearing Aid Research using Digital Intelligence Processing, hetgeen onderzoek naar hulpmiddelen voor het gehoor met gebruik van digitale technieken betekent. Binnen HEARDIP werden zogenaamde meerprogramma toestellen en meerkanaalstoestellen ontwikkeld. Het meerprogrammatoestel is met behulp van een afstandsbediening af te stemmen op uiteenlopende luistersituaties. Dat zijn statische programma's, die aan het individuele restgehoor worden aangepast en toegesneden zijn op vier veel voorkomende situaties; bijvoorbeeld op een gesprek met één persoon, in grotere gezelschappen, op verkeerssituaties en op het luisteren naar muziek. In elke situatie kan de slechthorende zelf het gewenste programma en volume selecteren. Dreschler: 'Een nadeel kan zijn dat de mensen het toestel zelf moeten omschakelen. Maar voor vele actieve slechthorenden is het een uitkomst.'
Dynamiek compressie
Het zogenaamd meerkanaalstoestel versterkt met behulp van dynamiek compressie zachte geluiden meer dan harde. Hierdoor kunnen medeklinkers beter verstaanbaar worden gemaakt. Dreschler geeft een voorbeeld van het effect van dynamiek compressie: ' Knip maar eens alle klinkers weg uit een stukje tekst, dn kn j hm vk ng gd bgrpn. Maar haal je andersom de medeklinkers weg, dan krijg je a a e e aa oe eije. Uit die klinkers haal je met geen mogelijkheid het zinnetje 'dan kan je hem nog goed begrijpen'. Met behulp van dynamiek compressie kunnen nu de klinkers van woorden zodanig bewerkt worden, dat zij de medeklinkers niet overstemmen. Zachte medeklinkers kunnen daardoor beter worden verstaan.' Met behulp van andere technieken kunnen toestellen zich instellen op de richting waarvandaan het geluid komt en ze kunnen achtergrondgeluiden verminderen. Sommige meerkanaalstoestellen kunnen enkele van deze functies combineren.
Een groot aantal van deze mogelijkheden kan individueel worden toe-en aangepast door de audiologen en audiciens van de gehoorspeciaalzaken. Daar zijn de door Dreschler beschreven hoorapparaten verkrijgbaar tot en met de piepkleine toestellen, half zo klein als het kootje van een pink, die in het oor kunnen worden gedragen. Dat wil niet zeggen dat zo'n apparaat voor elke vorm van slechthorendheid bruikbaar is. Audioloog Rik Sonnemans van Audire, een keten gehoorspeciaalzaken in zuid- en west Nederland zegt daarover:' De allerkleinste toestellen worden voornamelijk gebruikt bij mild gehoorverlies en op voorwaarde dat de gehoorgang niet ontstekingsgevoelig is. Uiteindelijk ervaren veel slechthorenden apparaatjes achter het oor gerieflijker in het dragen. Wij zelf hebben daarom net zoveel belangstelling voor toestellen, die achter het oor worden bevestigd en die trouwens ook erg klein zijn. Maar, ondanks alle technische mogelijkheden, zijn er meer factoren, die de keus bepalen. Is de drager bijvoorbeeld in staat om de knopjes van kleine apparaten, die niet automatisch worden bijgeregeld, te bedienen? Draagt hij een bril, zodat het toestel aan een van de brillepoten kan worden bevestigd? En als dat kan, wil hij dat wel?'
Binnen SPACE, de opvolger van HEARDIP wordt gewerkt aan de volgende generatie toestellen, die ruisonderdrukking met dynamiekcompressie kunnen combineren. Voor SPACE heeft de Europese Commissie 25 manjaren aan subsidie ter beschikking gesteld. SPACE staat voor Signal Processing for Auditory Communication in noisy Environments en de medewerkenden aan dit programma zijn uitgebreid met de Vrije Universiteit en de universiteiten van Neurenberg en Giesen. Zomer 1999 is het project afgerond.
Dreschler: 'Slechthorenden kunnen op hun werkplek heel specifieke problemen tegenkomen. De één moet een vreemd tikje in een haperende machine kunnen herkennen, de ander moet de richting van een naderdende vorkheftruc tijdig kunnen localiseren en de derde moet veel telefoongesprekken kunnen voeren in een rumoerige omgeving. Daarvoor hebben we dus een nog geavanceerdere generatie toestellen nodig. Maar dat niet alleen, afgeleiden ervan kunnen uiteindelijk ook worden gebruikt door normaal horenden.'
Hoortoestel tegen geluid
Als alles goed gaat, zullen over enige tijd niet alleen de 350.000 Nederlandse slechthorenden een hoorapparaat dragen, ook de 800.000 werknemers in de industrie zullen gebruik kunnen maken van een zogenaamd 'communication device'. Maar dan een apparaat tegen geluid. Immers dit aantal werknemers staat dagelijks bloot aan meer dan 80 decibel, de absolute bovengrens. Bovendien klaagt een dik miljoen over geluid in de werkomgeving en 25% van de medewerkers binnen de industrie, het transport en binnen de constructiebedrijven heeft moeite met het onderscheiden van spraak en andere geluiden. Ook voor hen wordt binnen SPACE apparatuur ontwikkeld, waarmee zij zich zowel tegen lawaai kunnen beschermen als de noodzakelijke geluiden kunnen waarnemen. Een andere anti-lawaaitoepassing voor horenden is tevens voortgekomen uit de ontwikkeling van gehoorapparatuur. Zeer kleine hoortoestellen hebben vaak als bijkomend verschijnsel dat zij fluiten. Voor de onderdrukking hiervan is een anti-lawaaitechniek ontwikkeld, die na registratie van het geluid, geluid in tegengestelde frequenties produceert. Het resultaat is een duidelijke afname van hinderlijk lawaai. Degenen, die zeer gevoelig zijn voor geluiden, die bijvoorbeeld moe worden van vliegtuiglawaai of slecht slapen in hotels kunnen er ook baat bij hebben. Het is in elk geval een geavanceerdere oplossing, dan die van de schrijver Vestdijk: deze zette, om bij het schrijven niet te worden gestoord door achtergrondgeluiden, de stofzuiger aan.
Kirsten Emous
Artikel voor
Haagsche Courant over magnetiseren, maart 2000
Wat magnetiseur doet, weet niemand zeker
Al vele eeuwen claimen zogenaamde magnetiseurs dat ze allerlei kwalen bij mensen en dieren kunnen genezen
Inmiddels zijn de eerste menselijke magneetvelden te meten. Kan de alternatieve magnetiseergeneeskunst daarvan profiteren?
Sommige cliënten van de Rijswijkse magnetiseur Peter Vermaesen komen met klachten, andere komen zuiver voor ontspanning. Vermaesen: Ik heb zelfs iemand, die binnen 15 minuten in slaap is. De Voorburgse magnetiseur Remy Clement verzacht ernstige pijn bij chronische patiënten, zijn collega Lia Middeldorp uit Rhoon wist een paard met een onbehandelbaare darmontsteking weer aan het eten te krijgen en telt veel dieren onder haar cliënten. Hoe dat nu allemaal in zijn werk gaat? Niemand weet het. Voorlopig moeten geïnteresseerde onderzoekers zich tevreden stellen met studies, die aantonen dàt het werkt. Een bekend, inmiddels klassiek onderzoek van de Amerikaan B.Grad was dat naar de magnetische invloed op genezing van wonden. De huid van 48 muizen werd verwond. De kooien met de helft van deze muizen werden vervolgens dagelijks in de hand genomen door een bekende magnetiseur. Deze muizen genazen aanzienlijk sneller. Andere proeven, die 20 keer werden herhaald, toonden muizen, die sneller uit narcose ontwaakten wanneer ze beïnvloed werden door een magnetiseur.
De Nederlandse onderzoeker dr.P.C. van der Sijde vertelt dat ook naar de invloed van magnetiseren op groei van enzymen, bacteriën, virussen, rode bloedcellen, kankercellen en planten al langer onderzoek wordt gedaan. Van der Sijde: Bij een Amerikaans onderzoek van Justa Smith naar de heilzame effecten van enzymen op het lichaam werd een oplossing met het enzym trypsin 75 minuten gemagnetiseerd door een bekend magnetiseur, een andere oplossing werd eerst beschadigd onder ultra violet licht en vervolgens gemagnetiseerd en een derde oplossing werd blootgesteld aan een sterk magnetisch veld. In alle gevallen werd een 10% verhoogde activiteit van het enzym geconstateerd tegen de controle oplossing waarmee niets was gebeurd. Ik heb dat onderzoek, samen met mijn collegas Snel en Millar eens herhaald. Ook toen kwamen er positieve resultaten uit. Maar toen Smits haar eigen onderzoek herhaalde, verschilde het resultaat van het eerste.Er is dus meer onderzoek nodig, maar dat geldt in zijn totaal voor het wetenschappelijk onderzoek naar paranormale geneeswijzen.
Achterkamertjessfeer
Dat wetenschappelijk onderzoek naar de invloed van menselijke magnetische velden lijdt onder een achterstand, komt voor een deel door het verbod dat de overheid in 1850 instelde op alternatieve vormen van geneeskunde. Het magnetiseren kwam daardoor in een achterkamertjessfeer terecht. Pas in de jaren zestig van deze eeuw werd het magnetiseren, net als andere vormen van alternatieve geneeskunst gedoogd. In 1993 werden het net als andere alternatieve geneeswijzen bij wet toegestaan, mits de genezer zich zou onthouden van taken die zijn voorbehouden aan artsen. Inmiddels vergoeden sommige ziektekostenverzekeraars alternatieve geneeswijzen als acupunctuur en magnetiseren.
De eerste Europese onderderzoeker die naar magnetiseren was de Oostenrijkse arts Mesmer. Mesmer promoveerde in 1766 op een onderzoek naar de invloed van magnetische velden op de mens. Door magneten op het lichaam van patiënten te plaatsen wist hij onder meer epilepsie en bepaalde psychiatrische stoornissnen te genezen. Na enige tijd kwam hij er achter dat hij dezelfde effecten zonder magneten kon bereiken door bepaalde bewegingen te maken. Hij noemde dit in tegenstelling tot het dode magnetisme van magneten het levend magnetisme. Zijn methoden werden binnen de psychiatrie een geaccepteerd begrip. Maar toen hij, met in zijn spoor zijn leerling de Puysegur, bomen ging magnetiseren, werd hij niet meer serieus genomen. Verder onderzoek naar magnetisme liep tevens dood bij gebrek aan de juiste meetinstrumenten.
Dr. W.A. van Duyl, docent bio-elektriciteit en magnetisme van de Technische Universiteit Delft en verbonden aan de Medische Faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam, is een van de wetenschappers, die het magnetiseren niet zomaar afdoen als volksverlakkerij: Mesmer heeft legitieme resultaten bereikt. Er is weliswaar nog veel charlatannerie, maar dat magneten een heilzame werking kunnen hebben op mensen, is al meermalen beschreven, ook door Hippocrates. Binnen de moderne geneeskunde wordt al heel lang dankbaar gebruik gemaakt van het fenomeen magnetisme en magnetische velden. Hij noemt enkele voorbeelden: in het lichaam binnengedrongen ijzer werd lang geleden al met behulp van externe magneten verwijderd. Andere, experimenteler voorbeelden zijn manipulatie op afstand van zeer sterke magneetjes, die aan cathetertips zijn bevestigd. Magnetisch gemaakte bolletjes met een bepaald medicijn of een radioactieve stof kunnen eveneens op afstand binnen het lichaam naar een bepaalde plek, bijvoorbeeld waar zich een tumor bevindt., worden geloodst. Hierdoor kan de tumor worden behandeld.
Een van de laatste ontwikkelingen is stimulatie van de hersenen met magnetische golven bij depressieve patiënten, hetgeen een alternatief van de elektroshock kan zijn. Maar ook het lichaam zelf is een producent van magnetisme.
Elektriciteitscentrale
Binnen het lichaam wordt magnetisme tegelijkertijd met elektriciteit opgewekt. De elektriciteit is allereerst nodig voor informatieverwerking. We denken ermee. De signaaloverdracht in de hersenen, die we daarvoor nodig hebben, wordt aangestuurd door elektrische impulsen. Maar ook de signaaloverdracht naar de spieren verloopt via elektrische impulsen en het hart trekt zich samen door elektrische prikkels. Hiervan wordt gebruik gemaakt bij het maken van een EEG of een ECG bij respectievelijk hersen- en hartonderzoek. Het omgekeerde is het geval bij de pacemaker, die het hart helpt aansturen. We hebben dus weefsels die elektrisch prikkelbaar zijn.
Het opwekken van magnetische velden ligt in het verlengde van de elektrische activiteit in ons lichaam. De veranderingen in elektrische spanning, die zich langs de zenuwbanen voortplanten, gaat gepaard met kleine elektrische kringstroompjes, die een magnetisch veld opwekken. Dit is de verklaring voor het feit dat elk mens een magnetisch veld heeft. Tot voor kort konden menselijke magneetvelden echter niet worden gemeten, omdat ze zo extreem zwak zijn, namelijk slechts ca. 0.000000001 fractie (ot 2%t) van het aardmagnetisme en daarmee 0.000001 fractie van de bijdrage in magneetvelden , die is ontstaan door industrialisering van onze samenleving. Maar sinds enkele tientallen jaren kunnen magnetische velden met behulp van supergeleiding worden gemeten. Zo kan met behulp van de zogenaamde magneto encefalografie veranderingen in het magneetveld van de hersenen worden aangetoond, die samenhangen met bepaalde hersenfuncties.
Maar voordien zijn al vaker, ook binnen de biofysica, proeven gedaan om het bestaan van magneetvelden te onderzoeken.. Van Duyl vertelt van een proef met studenten (Baker, 1989), die werden geblinddoekt, rondgedraaid en aan wie vervolgens werd gevraagd zich met het gezicht naar de deur te draaien. Opvallend genoeg lukte een groot aantal van de proefpersonen dit. Toen zij echter werden voorzien van een magneet, waardoor hun magnetisch veld werd verstoord wist slechts een kleiner aantal de juiste richting te vinden. Van Duyl: Er zit kennelijk een kompas in de mens dat door een magneetveld verstoord kan worden. Net als bijvoorbeeld bij vogels en walvissen . Net ook als wichelroedelopers, die lokale verstoringen in het aardmagnetisme zouden kunnen vaststellen.
Volgens van Duyl heeft het zin aan te tonen dat iets werkt, en vervolgens uit te zoeken hoe iets werkt: We weten tenslotte ook niet precies hoe de elektroshock werkt en van vele medicijnen weten we ook niet hoe zij werken. Beïnvloed je door magnetiseren de kringstroompjes in ons lichaam? Ik weet het niet. Maar om aan te tonen dat magnetiseren werkt, zou je iemand die zegt dit te kunnen, misschien kunnen testen door invloed op zijn effecten uit te oefenen met behulp van een magneet of een wisselend elektrisch veld. Daardoor toon je in elk geval aan dat de magnetiseur iets verricht dat , hetzij op magnetische, hetzij op elektrische wijze, verstoorbaar is. We doen in de techniek ons best om allerlei gevoelige sensoren te ontwikkelen, terwijl het onmiskenbaar is dat ons lichaam voorzien is van extreem gevoelige sensoren, waar de techniek nog iets van kan leren.
Kirsten Emous
Artikel over de
fysieke gevolgen van stress voor de Haagsche Courant oktober 1998
Tussen twee ijzeren tangen
Spanning is het thema van de wetenschapsweek. Stress als negatieve spanning kan veranderingen in de hersenen veroorzaken en het weerstandsniveau doen dalen.
Spanningsvolle situaties, die stress veroorzaken zijn niet van vandaag. Oorlog, ziekte, dood, verlies van geliefden, mishandeling, beroerde werksituaties of nare levensomstandigheden roepen allemaal stress op. Stress treedt op wanneer iemand te maken krijgt met een emotioneel belastende toestand, waarop hij geen greep heeft. In een oud kinderliedje komt dit al goed tot uitdrukking. Het luidt: 'Ik zit gevangen tussen twee ijzeren stangen, tussen de zon en tussen de maan, herder, laat je schaapjes gaan.'
In een treffend onderzoek van dr. Gerda Croiset werd stress veroorzaakt door ratten als het ware tussen twee vuren te plaatsen. Als zij vanuit het helle licht hun veilige donkere hok in wilden, moesten zij eerst een plankje passeren, dat onder stroom stond. Ze moesten dus uit twee kwaden kiezen, maar eigenlijk konden ze geen kant op.
Stress heeft altijd te maken met machteloosheid tegenover een bepaalde situatie, met moeite om een groot verdriet te verwerken of met een voordurende strijd om een bepaald onheil af te wenden. Overbelasting op het werk, maar geen ontslag durven nemen, echtscheiding, maar niet weten hoe dit te verwerken, burengerucht- en burenpesterijen, gediscrimineerd worden wegens eigenschappen waaraan niets te veranderen valt, het zijn allemaal stressoren. Deze spanning oproepende omstandigheden kunnen tot psychisch, maar ook lichamelijk leed leiden en tot vereenzaming. Voortdurende stress kan gepaard gaan met angst en leidt tot een voortdurende, verhoogde waakzaamheid. Van zoiets kun je ziek worden. Naar het verband tussen stress en ziekten als kanker, reuma, hard- en vaatziekten wordt al langer onderzoek gedaan. Het aantonen van het verband is echter moeilijk omdat het ene onderzoek soms het andere weerspreekt. In elk geval kan stress, net als bijvoorbeeld erfelijkheid, een ziekte mede veroorzaken. Het kan zelfs leiden tot veranderingen in het lichaam. Stresshormonen spelen hierbij een belangrijke rol.
Niet alleen aan sex komen hormonen te pas, ook bijvoorbeeld aan spanning en de reactie daarop. Belangrijke stresshormonen zijn adrenaline en cortisol. Adrenaline wordt aangemaakt in het bijniermerg en zorgt er onder meer voor dat de hartslag wordt verhoogd en er meer bloed naar de spieren toegaat, zodat deze zich beter kunnen spannen. Daardoor kunnen zij beter of sneller in actie komen.
De aanmaak van adrenaline is een puur lichamelijke reactie. Maar ook de hersenen reageren. Bij stress maken zij onder meer de hormonale stof CRH aan, die het lichaam aanzet om het stresshormoon cortisol in de bijnierschors te produceren. Cortisol bevordert onder meer de omzetting van suiker in ons bloed. Cortisol is tevens de oorzaak van dat onrustige gevoel, waarmee we op stress veroorzakende situatie of gebeurtenis reageren.
Net als van adrenaline profiteren de spieren van de werking van cortisol. Zij zijn klaar voor actie. Maar wanneer de spanning te lang duurt, dan gaat er iets mis. De bedoeling is dat bij voldoende cortisol de aanmaak van de CRH in de hersenen tot rust komt. Maar wanneer de stress te lang duurt, dan blijft de hoeveelheid cortisol in het lichaam te hoog. Dan houden we ook dat gejaagde gevoel.
Dit mechanisme kan worden vergeleken met dat van een kamerthermostaat, die bijvoorbeeld op 19 graden celcius staat. Wordt de temperatuur hoger dan 19 graden, dan zorgt de thermostaat ervoor dat de verwarming afslaat, zakt de temperatuur onder 19 graden, dan slaat de verwarming af. Raakt de thermostaat ontregeld, dan raakt de temperatuur in de kamer ontregeld en we voelen ons niet prettig.
Ook bij mensen en dieren kan deze inwendige thermostaat kort of langdurig ontregeld raken. Het resultaat kan bijvoorbeeld depressie zijn. Depressie uit zich onder meer in desinteresse in de omgeving, slaapstoornissen, verminderde eetlust en sexuele activiteit en initiatiefverlies.
Dr. Witte Hoogendijk promoveerde onlangs aan de Universiteit van Amsterdam op het verband tussen stress, hersenafwijkingen en depressie. In zijn proefschrift gaat hij onder meer in op een onderzoek van dr.F.C.Raadsheer en anderen aan het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek onder leiding van dr.D.F.Swaab. Zij onderzochten de hersenen van overleden depressieve patiënten. Gemiddeld werd bij hen liefst vier keer zo veel hersencellen, die de stof CRH maken, die aanzet tot de productie van cortisol, gevonden.
Andere voorbeelden van een verband tussen stresshormonen en depressie komen uit proefdieronderzoek. Er is al veel dieronderzoek gedaan, waarbij het verband is aangetoond tussen stress en een overproductie van cortisol. Ratten, die over langere tijd schokjes kregen toegediend aan de voeten, bleken hoge corticolspiegels te hebben en het aantal CRH producerende cellen bleek groter te zijn. Andersom gaat een proefdier, als het direct CRH krijgt ingespoten, depressief gedrag vertonen.
Hoe jonger het proefdier onder spanning moet leven, hoe slechter het bestand is tegen stress op oudere leeftijd. Een apemoeder, die werd gescheiden van haar jong vertoonde een ontregelde stressreactie in de hersenen en datzelfde gold voor het jong zelf. Hoewel de stressreactie weer normaal werd, nadat moeder en kind elkaar weer in de armen hadden gesloten, deed het jong langer over zijn herstel dan de moeder. Dit kwam omdat het gedeelte in zijn hersenen dat de reactie op stress regelt, nog niet volgroeid was.
Hoogendijk: ' Elders heeft men zo'n proef een aantal malen herhaald. Elke keer blijkt het jong op latere leeftijd nog steeds een verstoorde stress reactie te hebben. Als je nu een parallel trekt met mensen, dan kan sexueel misbruik of mishandeling op jongere leeftijd ook dusdanige sporen in de hersenen achterlaten, dat het slachtoffer later gemakkelijker depressies krijgt.'
In een studie onder Roemeense kinderen in weeshuizen toonde Mary Carlson van de Harvard Medical School aan dat zij abnormaal grote hoeveelheden cortisol hadden. Bij tests op het gebied van mentale en motorische vaardigheden deden de kinderen met de hoogste cortisolniveaus het bovendien het slechtst.
Een onderzoek naar de stress reactie van jonge ratjes aan de Universiteit van Leiden gaf het volgende te zien: pasgeboren ratjes, die 24 uur van hun moeder werden gescheiden, vertoonden een abnormaal geactiveerd stress systeem. Dit leidde tot blijvende veranderingen in de hersenstructuur. Ratjes, die weliswaar van hun moeder waren weggehaald, maar enkele keren per dag werden gestreeld, bleken net zo ontspannen als ratjes, die bij hun moeder waren gebleven.
Gebrek aan noodzakelijke harmonie, bijvoorbeeld door het ontbreken van ouderliefde, maar ook door beroerde werkomstandigheden, een slechte relatie, een slechte behuizing, roept spanning op. Hoe langduriger de spanning, hoe ingrijpender de lichamelijke reactie. Als we redelijk harmonieus zijn grootgebracht, valt die stress waarschijnlijk beter te verdragen.
Dan zijn we beter stress bestendig. Maar wat is stressbestendigheid? Wordt zoiets alleen bepaald door te grote spanningen op jonge leeftijd? Of spelen er nog andere factoren mee?
Het begrip stressbestendigheid is een onding. Dat meent dr. Ad J.J.M Vingerhoets van de afdeling Psychologie van de Katholieke Universiteit Brabant, die vanavond tijdens een debattenreeks aan de TU Delft ingaat op 'De geadrenaliseerde samenleving.' Niemand is volgens Vingerhoets over de gehele linie stressbestendig. Hij kan wel beter bestand zijn tegen een bepaalde sitiuatie dan iemand andres. Vingerhoets noemt als voorbeeld een grote werkdruk: 'Er zijn werknemers, die zoiets prima aankunnen, maar die bijvoorbeeld totaal uit het lood geslagen zijn, wanneer hun kind ziek wordt. Zij kunnen wel goed problemen oplossen, maar zijn weer minder goed in het functioneren in emotioneel belastende situaties. Een reden waarom vrouwen over het algemeen beter met emotionele stress kunnen omgaan dan mannen is het feit dat zij erover kunnen praten. Vandaar dat stressbestendigheid alleen maar opgaat bij een individuele reactie op bepaalde situaties.'
Hoe verlammend stress ook kan zijn, iedereen zal proberen zijn eigen mechanismen te vinden om de stress de baas te kunnen. Vingerhoets: 'Hoewel er geen medische verklaring bestaat voor levensbedreigende ziekten als kanker, hebben degenen, die eraan lijden of hebben geleden, vaak zelf een verklaring gevonden. Zij creëren dus zelf een kader om zich aan vast te houden en proberen op die manier de stress te beheersen. '
Vechten is een prima manier om stress te doorbreken, maar als de strijd hopeloos blijkt, wordt de stress nog erger. Er zijn ook hulpmiddelen voor het beheersen van stress en die hebben vaak te maken met plezier, genoegens of met gezonde aandacht voor zichzelf. Zulke hulpmiddelen zijn onder meer sporten, openhartige gesprekken, het genieten van een kop koffie, een snack, een stuk chocola, een sigaret. Lachen is een befaamd anti-stressor en doet het cortisol niveau aanzienlijk dalen. Te snelle hartslag kan omlaag worden gebracht door over zichzelf te schrijven. Al deze methoden kunnen een breekijzer vormen bij de uiteindelijke ontsnapping uit de twee ijzeren tangen.
Kirsten Emous