Artikel over de europroblematiek voor 0’Works van Origin devember 1999

Sherlock Holmes en de Euro

Eerst het Millenniumprobleem oplossen, daarna komen we pas aan de euro toe. Dat is over het algemeen de opstelling van het Nederlands bedrijfsleven, overheid en semi-overheid.Maar nu 2002 naderbij komt, moet echt worden nagedacht over de conversieslag naar de Euro. Inmiddels blijkt dat dit zowel een technisch probleem als een probleem voor beslissers is. Immers, sommigen hebben het al opgelost.

Is de opsporing van Millennium bugs voor automatiseerders vooral puur detectivewerk, de invoering van de euro in automatiseringssystemen heeft net zo veel met de techniek als met beslissingen van de business kant te maken. Het probleem lijkt zo simpel: de Nederlandse gulden, de Belgische franc, de Duitse mark, hoeven alleen maar in euro’s te worden omgerekend en in sommige gevallen te worden afgerond en dat is dan dat. Niets is minder waar. Dat blijkt vooral bij complexe producten, zoals verzekeringen. Als voorbeeld: een verzekeraar bijvoorbeeld , heeft al zijn producten in guldens gedefinieerd. Bijvoorbeeld: de verzekerde waarde, eigen risicodrempels, premiebedragen en dergelijke. De berekeningen zitten overal in het systeem verknoopt. Een bedrag er uit lichten en eventjes omrekenen naar euro’s zou het hele systeem in de war brengen.

De vertaalslag van gulden naar euro moet dus overal in het systeem worden gemaakt.

EERSTE

Philips, voorvechter van de Monetaire Unie, was de eerste van de klanten, die tot op heden Origin in de arm hebben genomen om hun europrobleem op te lossen.

Andere organisaties gaan nu op weg om deze complexe operatie voor 2002 of eerder te hebben afgerond. ‘’Zij worden er nu al mee geconfronteerd’’, zegt Hans Prinsen Geerligs van Origin, ‘’want ze krijgen al vaak facturen, die in euro’s gesteld zijn. Willen zij zowel in euro’s als in guldens communiceren, dan moeten zij overgaan op een speciale, wettelijk voorgeschreven euro omrekenfaciliteit, die in het systeem moet worden ingevoerd. Weliswaar zijn veel ondernemingen gewend aan vreemde valuta, maar de euro is géén buitenlandse muntsoort en vergt daarom een speciale dubbele vertaalslag. Zo’n voorbeeld illustreert de complexiteit van het probleem, een complexiteit, die varieert van technische problemen, tot aan problemen, die een beleidsbeslissing vergen.’’

Hij geeft een voorbeeld van een probleem voor beslissers: ‘’ Aanpassing van drempelwaardes, zoals bij de authorisatie van een betaling, is zoiets. Als iemand bijvoorbeeld tot een bedrag van f. 100.000.- mag fiatteren, leidt dit bij omzetting naar euro’s tot een krom getal van 45.000 met de nodige cijfers achter de komma. Dan moet dus worden overwogen hoe je dat bedrag afrondt. Zo’n ingreep in de administratie is minder een technische dan wel een beleidsbeslissing. Een ander voorbeeld van zo’n beleidsbeslissing is de onmogelijkheid om zomaar verschillende afzonderlijke bedragen in een factuur, bij omzetting in euro’s stuk voor stuk af te ronden. Dit zou immers bij het eindresultaat tot een te grote vertekening leiden. Daarbij moet dus niet de automatiseerder, maar de controller, boekhouder of marketier beslissen hoe de afronding wordt gedaan. Denk ook aan actuariële berekeningen voor levensverzekeringen, waar een afronding behoorlijk kan worden opgeblazen door allerlei coëfficienten, die daarbij een rol spelen. Je moet dan onderzoeken hoe gevoelig de formules zijn voor afrondingen. Maar de euro kan nog verstrekkender gevolgen hebben. Een schade verzekering met een verzekerde waarde tot f.1 miljoen bijvoorbeeld, laat, omgerekend 453780,20 euro’s zien. Wordt dit bedrag nu afgerond naar bijvoorbeeld Eur. 500.000,- , dan is de verzekering vanuit formeel oogpunt een nieuw product geworden.’’

SHERLOCK HOLMES IN DE COMPUTER

Net als bij de opsporing van Millennium bugs vergt het europrobleem af en toe waar detectivewerk. Zoals bij de opsporing van hard gecodeerde waarden en valuta indicaties, die, uitgedrukt in guldens, vaak als het ware verweven zitten in oude programmatuur. Prinsen Geerligs: ‘Dat is vergelijkbaar met het Millenniumprobleem waar je zoekt naar jaartallen. Daarom gebruiken we in onze dienstverlening ook hulpmiddelen, die voor het millenniumprobleem ontwikkeld zijn en die we hebben aangepast op de euro-zoektocht. Maar in tegenstelling tot de opsporing van twee cijfers, moeten we hier niet alleen op zoek naar de nlg. maar naar tot een maximum van 600 verschillende benamingen voor buitenlandse valuta, die in programmatuur kunnen voorkomen. Een ander aspect is de gegevensconversie: in databanken opgeslagen guldensbedragen, die omgerekend moeten worden naar euro. Op zich is dat een eenvoudige handeling. Maar omdat de databanken vaak zeer uitvoerig zijn, kan zoiets niet zomaar in een keer. Dan moet je dus op zoek naar een conversieslag, die stapsgewijze kan plaatsvinden, waarbij het systeem kan blijven draaien. Natuurlijk hebben we inmiddels de beschikking over de noodzakelijke opsporingsmechanismen en tools voor omrekeningsslagen’’

Inmiddels is door Origin veel ervaring opgedaan. Ook bij de verschillen in aanpassing tussen industriële systemen en systemen voor kantoorautomatisering. De eerste leveren door hun grotere mate van standaardisering uiteindelijk toch minder problemen op dan de systemen in de financiële omgeving, waar vaak oudere systemen met een grotere verscheidenheid aan systeemopbouw worden gebruikt. Daar moet met name door de complexe wijze van invoer van hard gecodeerde waarden veel gedifferentieerder worden gescand.

Op de vraag of er bij het europrobleem, net als bij het millenniumprobleem ook een race tegen de tijd moet worden geleverd, antwoordt Prinsen Geerligs :’’Het eerste bericht over het millenniumprobleem las ik in een heel oude aflevering van het vakblad ‘’Informatie’’ uit 1978. In die tijd dacht iedereen dat dat probleem tegen de eeuwwisseling al lang zou zijn opgelost. Dat zijn dus gevaarlijke aanname’s. Hoewel het europrobleem gelukkig pas tegen 1 januari 2002 moet zijn opgelost, hebben we ook hier gebrek aan tijd. Nu kun je met een beetje kunst en vliegwerk ook na die datum best nog functioneren, omdat het in principe alleen maar om administratieve software gaat en niet om, bijvoorbeeld, kritieke meet- en regelapparatuur van elektriciteitscentrales. Gevaren als uitbetaling in euro’s, terwijl dat guldens zouden moeten zijn, kunnen intern worden beheerst. Maar zeer complexe problemen vergen natuurlijk altijd tijd om opgelost te worden.’’

TUSSENFASE

In Nederland heeft Philips inmiddels de vertaalslag van guldens en andere valuta naar euro’s gemaakt, de Europese beurzen beurzen zijn geheel over op de euro en het interbancaire betalingsverkeer heeft zijn reparatieactie ten gevolge van verkeerd geboekte bedragen als gevolg van de vertaalslag per 1 januari 1999, overwonnen. De meeste van de andere ondernemingen hebben voor 1999 besloten hoe en wanneer zij zouden handelen. Het grootste deel daarvan koos er voor eerst het millenniumprobleem op te lossen, om zich daarna met de conversie van europese munten naar euro’s bezig te houden en deze laatste operatie vindt plaats tussen 2000 en 2002. De overheid heeft gekozen voor een overgang op de euro op 1 januari 2002.

Origin heeft inmiddels een aantal systemen aangepast en is met andere bezig. Tevens heeft het al een groot aantal analyses gedaan voor de noodzakelijke methodes voor oplossingen bij andere ondernemingen. Prinsen Geerligs: ‘’De Nederlandse klanten hebben het voordeel dat de gulden en de euro ongeveer een factor 2 schelen. Maar in andere landen, zoals bijvoorbeeld België, waar nu nog met hele franken wordt gerekend, maar waar later achter de komma moet worden gerekend, zijn de veranderingen een stuk groter. Daar zullen hele databases moeten worden opgerekt. In Spanje en Portugal geldt dat ook, zij het in mindere mate. Ik las zelfs ergens dat de suggestie is gedaan dat in België grote bedrijven bij de conversie naar de euro kleine bedrijven op sleeptouw nemen. ‘’

 

Kirsten Emous