Vreemd genoeg is van de bedrijvers en verkopers van techniek nooit gevraagd om, net als farmaceuten, de consequenties van hun producten inzichtelijk te maken voor niet-technici.
Brighthouse heeft mij gevraagd om wat relativerende
kanttekeningen te maken bij uw vakgebied. Dat is mij misschien
wel gevraagd omdat ik als wetenschapsjournalist met als
specialismen informatica, energie en medisch alle vorderingen der
techniek met diep wantrouwen bezie. Dat wantrouwen komt
waarschijnlijk voort uit een soort nukkigheid. Al die lofzangen
op Internet, het gemak van de automatische koppeling van
bestanden, het gelukzaligmakende van chippen, de dwangmatigheid
van die lofzangen ervan doen mij reageren als de honden van
Pavlov: als er een bel ging, sloegen zij, geprogrammeerd als ze
waren, aan het kwijlen. Wat mij betreft, bij lofzangen op
producten van de automatisering, sla ik rap aan het relativeren.
Zo'n product kan wel mooi zijn en is ook vaak verbazend, maar in
de blijkt steeds weer dat het niet alleen belangrijk is wat de
technicus bedenkt, maar maar nog belangrijker wat hij èn de
gebruiker ermee doet. En dat kan gek uitpakken. Een huiselijk
voorbeeld gaf mij een verwarmingsmonteur. De c.v. in mijn
spiksplinternieuwe huis leverde problemen op. Maar geen nood, de
monteur van de fabrikant bleek in het bezit van een klein p.c.tje,
dat hij aansloot op de ketel. Zo kon hij het geheugen van de
ketel raadplegen op wat met de ketel was gebeurd en de verdere
informatie toevoegen. Kennis is macht, niewaar? Aanvankelijk
meende ik dat het een mooie toepassing was. Na het zestiende
bezoek van diverse vakmensen meende ik dat het geheugen van die
ketel inderdaad hard nodig was.
Dit relativeren hielp mij om niet te exploderen van ergernis na
het zoveelste bezoek. Immers, relativeren is de beste manier om
de emoties in de hand te houden, die opgewekt worden door
overspannen beloften. En de technologie heeft daar patent op.
'Alles is relatief', zegt de geleerde. Deze erkenning gaat
misschien vaak op in de natuurwetenschappen, maar kan,
overgebracht op de menselijke verhoudingen, zijn doel
voorbijschieten en zelfs tegen zichzelf werken. Wanneer
relativeren wordt gebruikt om de overschatting van kennis,
technologische toepassingen of ook wel algemene toestanden tegen
te gaan, kan het heilzaam werken. De uitdrukking: 'geluk is ook
niet alles' is in dit verband dan een uitstekend voorbeeld en 'techniek
is niet zaligmakend' een ander. De ultieme kunst van relativeren
wordt naar mijn idee uitgedrukt in de Hollandse zegswijze: 'nou,
en?'. Wie deze Hollandse uitdrukking diep tot zich laat
doordringen, wordt bevangen van een sterke, new age achtige,
innerlijke rust, waarin oosterse klankschalen het bewustzijn tot
stilte brengen.
Dat is mooi, maar je komt er niet ver mee, want het ultieme
relativeren is niet alleen een antwoord op teleurstellingen,
ontstaan door te hoge verwachtingen. Relativeren kan zelfs de
oorzaak zijn van pas later ontdekte verkeerde bijverschijnselen,
die soms leiden tot wantoestanden. Dergelijke wantoestanden
hadden zonder relativeren, maar met behulp van gegronde
werkelijkheidszin misschien geheel of gedeeltelijk voorkomen
kunnen worden.
Als je de eventuele nadelige gevolgen van toepassingen maar
stevig wegrelativeert, dan haal je als vanzelf het paard van
Troje naar je toe. Een schoolvoorbeeld hiervan was de uitspraak
begin tachtiger jaren van een Nederlandse staatssecretaris, aan
wie werd gevraagd welke consequenties het koppelen van bestanden
met persoonsgegevens had. Hij omschreef koppelen relativerend als
'uitwisselen'. Koppelen van persoonsbestanden was eigenlijk een
soort van ruilen: als de belasting uw aanslagnummer aan de
bevolkingsadministratie van uw woonplaats zou aanbieden, dan zou
zij van uw gemeente gegevens over bijvoorbeeld de huurwaarde van
uw huis in ruil krijgen. U weet wel: een soort kwartetten
eigenlijk.
Nu, daar kon toch niemand wakker van liggen en bijna niemand
heeft er nadien echt van wakker gelegen. Koppeling van bestanden
was mogelijk, aantrekkelijk, een prima bestuurlijk instrument en
dus niet tegen te houden. Je kwam vanzelf wel achter de nadelen.
Het ging daarbij uiteindelijk net als inspraakprocedures in
infrastructurele werken: op het moment dat de omwonenden worden
uitgenodigd, zijn de eerste beslissingsronden al gepasseerd. Het
is in Nederland uiteindelijk te danken aan enkele omstanders als
Holvast en Kuitenbrouwer, dat wij, wanneer wij door onwettige
verknoping van bestanden of door gegevensopslag buiten de wil van
de bewuste persoon iemands privacy schenden, wij in elk geval
weten dat het verboden is. Dat wij nu al lang niet meer weten
waar allerlei persoonlijke gegevens over ons opgeslagen liggen en
van welk adres naar welke andere computer zij zijn doorgesluisd
is dus eigenlijk alleen maar een onprettig bijverschijnsel. De
enige troost voor ons is een pragmatische relativering, bijna
religieus getint: wie in God gelooft misdraagt zich toch ook wel,
maar weet in elk geval dat hij iets verkeerds doet.
De uitholling van onze privacy, waar wij in deze tijd, nu al vele
inspraakronden zonder ons zijn gepasseerd, mee te maken hebben,
werd aanvankelijk cynisch gerelativeerd: 'Privacy betekent
gordijnen toe, telefoon af en deur dicht en alles is in orde',
zoals een kennis van mij, die in de automatisering zat, het
uitdrukte. Van de zijde van de bevolking werden ze ook
gerelativeerd met een stralend soort argeloosheid, waar een
denkend mens kiespijn van krijgt. De woorden: 'ik heb niets te
verbergen' galmen nog steeds na.
Maar uiteindelijk hebben al die relativeringen het mogelijk
gemaakt dat u en ik in principe van moment tot moment te volgen
zijn. Uw betaalpas en GSM-telefoon zijn daarbij betere
verklikkers dan een satelliet, die lang niet zo ver kan inzoomen
als ons wel wordt beloofd. Dat luciferdoosje dat door een
satelliet ontdekt wordt is immers een overdrijving van
reclamelieden. Door alleen maar onze betaalpassen en creditcards
te gebruiken, waar dan ook, trekken wij zelf een spoor achter ons
aan en als in de toekomst, om veiligheidsredenen onze pincode of
handtekening wordt vervangen door onze duimafdruk of oogopslag
kunnen we zelfs niet meer ontkennen dat wij het waren en niet een
dief, die op een zaterdag bij Albert Heijn in de Kerkstraat
boodschappen deden en zegeltjes kochten, vervolgens tankten bij
Shell op de Dorpsweg en later op de middag 40 km. verder in de
kroeg verzeilden.
In Terzijde van Vrij Nederland stond eens een aardige opmerking:
het gemeentelijk waterleidingbedrijf weet tegenwoordig precies
wanneer de man van mevrouw Jansen een bad neemt. Daar is
inmiddels nog aan toe te voegen: en als hij via GSM telefoneert
weten wij of hij dat bad thuis neemt of bij zijn vriendin. Dit
beeld wordt natuurlijk minder jolig, wanneer wij stilstaan bij de
effecten van totale koppeling van persoonsgegevens in oorlogstijd.
En denk dan nog niet aan wat er gebeurt als ons persoonlijk
sofinummer met alle daaraan hangende toegangsnummers zou worden
gewist. Wij zouden niet meer bestaan , waarmee natuurlijk
nogmaals wordt bewezen dat ook wijzelf relatief zijn.
Relativeren is geen kwestie van onnadenkendheid. Maar de grens
tussen relativeren en niet nadenken of niet willen nadenken is
smal en heeft tegelijkertijd een groot niemandsland. Zo
waarschuwt de Eindhovense hoogleraar Bertrand al enige jaren
tegen de gevolgen van automatische koppeling van bestanden tussen
producenten en toeleveranciers. Deze koppeling biedt weliswaar
een snel informatieverkeer, maar zou anderzijds een gevaarlijke
wederzijdse afhankelijkheid met zich meebrengen, onder meer
wanneer de keuze voor een bepaald systeem dwingend kan worden
opgelegd door bijvoorbeeld de Original Equipment manufacturer aan
zijn toeleveranciers. In de Verenigde Staten is nu inmiddels een
werkgroep opgericht, die onderzoekt of er een andere manier is
voor communicatie, waarbij geen machtsmisbruik om te hoek kan
komen kijken.
Bovenstaand voorbeeld is er weer een van het invoeren van een
toepassing, omdat dat nu eenmaal kan en niet stilstaan bij de
mogelijke nadelige gevolgen. Zoiets gebeurt heel vaak onbewust.
Een voorbeeld van bewust voorbijgaan van de maatschappelijke
consequenties van automatisering was het project
Studiefinanciering, een uit de hand gelopen materialisatie van
een in theorie slechts bruikbaar model, waarbij het droombeeld
van totaalautomatisering werd nagejaagd.
Ik heb hier enkele voorbeelden gegeven van bijverschijnselen van
de automatisering, die vanzelf optreden, wanneer wij de gevolgen
maar voldoende relativeren. Natuurlijk zijn er ook
bijverschijnselen, die automatisch de donkere zijde van de
medaille vormen. Die je er gratis bijkrijgt, zoals bijvoorbeeld
de voorliefde voor Internetten van een beminde partner.
Bijverschijnselen kunnen overigens ook positief uitpakken:
mevrouw Boonstra kon na haar ontvoering onder meer worden
opgespoord omdat zij een GSM telefoon bij zich droeg; anderzijds
maakt een mobiele telefoon het mogelijk dat je niets vermoedend
wordt opgebeld door je aanrander, die op datzelfde moment al in
je slaapkamer zit te wachten.
Een ander, niet te vermijden bijverschijnsel van al die
communicatie over grote afstanden is het tweestrijdige gevoel van
verbondenheid in verlorenheid. Je kunt dat zien aan het gedrag
van niet functionele mobiele bellers, zoals sommige, vaak jonge,
mensen, die de GSM gebruiken als wapen tegen de boze buitenwereld.
Zij gaan dan bijvoorbeeld terwijl zij de perrontrappen aflopen
als een wilde telefoneren en voeren belangrijke gesprekken als: '
Nee, heb je dat gezegd dan of had ik dat willen zien, ja je hebt
gelijk ik ga nu even naar de drogist en hoe heette de dochter van
madonna ook weer? Ja, ik loop nu langs de bloemenstal en heb je
Edwin al gebeld?'
Internet, hèt informatie- en communicatiemedium van deze eeuw
heeft zo ook zijn bijwerkingen. Bijvoorbeeld de wereldwijde
verspreiding van virussen, het op afstand inbreken in en
lamleggen van bestanden en als je Linda de Mol heet krijg je als
vanzelf een pornosite op je naam.
Al deze groot en kleinschalige voorbeelden geven aan dat
automatisering, net als een regulier ontwikkeld medicijn,
bijwerkingen heeft. Soms zijn die bijwerkingen inherent, soms
waren ze te vermijden geweest. Ze waren te vermijden geweest, als
ze voorzien waren. En ze konden worden voorzien als ze niet waren
weggerelativeerd vanaf het eerste begin. En, wie te veel
relativeert, geeft uiteindelijk de macht uit handen.
'Tja', zeggen de directeuren, 'invoering van een nieuw systeem
kost een hoop geld en zal in tijd natuurlijk weer uit de hand
lopen. Maar wat moet je?' En geven de estafettestaf over aan de
deskundigen. Niet voor niets spelen de grootste uit de hand
gelopen automatiseringsklussen zich vooral af in de
kantooromgeving en minder in de productieomgeving, waar immers
technici aanwezig zijn om grip te houden op het verloop.
Eigenlijk is het onbegrijpelijk dat de farmaceutische industrie
wettelijk verplicht is om de bijverschijnselen van haar
medicijnen zowel in vitro, op proefdieren en klinisch uit te
testen, om deze tenslotte voluit te vermelden bij het product. Nu
zijn tot het in kaart brengen van de bijverschijnselen van
technologie rond 1980/1990 wel pogingen gedaan. Technology
Assessment heette deze bezigheid, waarmee menswetenschappers zich
bij voorkeur bezighielden, maar de automatiseerders waren immers
nu net met hun technologie, daarbij ondersteund door de
marketiers, die hun vindingen de hemel in prezen en zij werden
daarbij vaak aangedreven door het perpetuum mobile: geld=automatisering=macht.
Vreemd genoeg is van de bedrijvers en verkopers van techniek
nooit gevraagd om, net als farmaceuten, de consequenties van hun
producten inzichtelijk te maken voor niet-technici. Toch weet
iedereen dat de techniek de mogelijkheid schept en het gebruik de
problemen aan de dag brengt. Maar wat die problemen betreft, als
daarover wordt nagedacht, start het relativeren. Van : 'je kunt
niet alles vooruit weten', tot: 'we vinden er wel iets op'. En
vaak heeft men gelijk, het millenniumprobleem blijkt minder
dreigend dan het een jaar geleden nog leek. Voor de westerse
wereld althans, maar in de derde wereld, waar veel meer wordt
gewerkt met verouderde toepassingen, denkt men er anders over.
Hoe dat zal uitpakken, daar vinden we niet zo snel iets op.
Hoe lastig ook en hoe onvoorspelbaar sommige toepassingen zijn,
omdat hun ontwikkeling mede wordt bepaald door de
maatschappelijke en economische ontwikkelingen, toch denk ik dat
elke automatiseerder, elke technicus, meer zou moeten nadenken
over de wijze waarop zijn producten zouden kunnen worden gebruikt
en misbruikt. De vakbladen staan vol met voorbeelden. Uit een
willekeurige Computable , die van 23 april, staan voorvallen
vermeld, die bewijzen dat regeren vooruitzien is. Het
Waterleidingbedrijf Midden Nederland moest een nieuw
verbruikersinformatiesysteem hebben. Door veroudering en te late
tests op Millenniumhoudbaarheid werd het uit de lucht gehaald,
maar het nieuwe komt niet op tijd af.
Nog steeds is niet duidelijk of internetproviders
verantwoordelijk zijn voor de inhoud van de informatiestromen, of
dat zij alleen maar een soort doorgeefluik zijn en dit keer moet
minister Korthals er in de Kamer zijn zegje over zeggen. Nog een
voorbeeld: In Friesland heerst grote beroering over het feit dat
geen van de overheidsinstanties weet hoe je digitale bestanden
langer dan tien jaar moet beheren en dreigen belangrijke gegevens
verloren te gaan. Omdat de problemen in de kiem werden weg gerelativeerd door gebrek aan belangstelling, ook aan de zijde
van de bestuurders.
Natuurlijk zal ook dit alles wel worden opgelost. Rest toch de
vraag of de automatiseerder, die alchemist, die van zand goud
maakt en die met zijn toepassingen ons tijdsbeeld regeert, niet
meer maatschappelijke verantwoordelijkheid zou moeten creëren,
meer zou moeten vooruitzien, beter zou moeten anticiperen op de
gevolgen van zijn wetenschap.
Sommige bijverschijnselen krijg je er nu eenmaal bij, andere zijn
te voorzien, nog andere te voorkomen. Hoe ernstig of hoe
pietluttig die bijverschijnselen zich ook mogen manifesteren,
relativeren mag in geen van deze gevallen het antwoord zijn van
de ordenaars, de geschiedschrijvers en informatiegeneraals van
deze tijd.
Immers, macht vergt verantwoordelijkheidszin.
Kirsten Emous
Zie ook www.brighthouse.nl