Een
begin zonder einde
Dat
stukje hadden ze veel eerder moeten publiceren. Dat stukje in het blad van de
Consumentenbond, waarin stond dat providers het overstappen van hun klanten naar
een concurrent zo lastig maken, dat de abonnees er maar van af zien. Van alle
consumenten die in het afgelopen jaar waren overgestapt bij telefonie, internet
en televisie, heeft 1 op de 3 zoveel problemen gehad dat hij dat niet nogmaals
zou doen. Hadden ze dat stukje eerder geplaatst, dan had ik in elk geval
opgelucht kunnen uitroepen: ‘O, ik ben dus niet de enige, die helemaal gek
word’, want het dagelijks contact met callcenters heeft me totaal
gehersenspoeld. Mijn leven is veranderd in een absoluut gekkenhuis, waar nog
maar één ding zeker is: ik ga nooit meer ergens weg, ik houd mij tot aan mijn
dood aan dezelfde ziektekostenverzekeraar, internetprovider,
telefoonmaatschappij, ja, zelfs van begrafenisondernemer verander ik niet meer.
Ik blijf zitten waar ik zit , want als je geschoren wordt moet je stilzitten. En
ik word geschoren. Hoe is het met mij zo ver kunnen komen? Ik geloof dat het
begon met de alarmcentrale. Die ik zo nodig moest hebben, omdat ik zo
verschrikkelijk hard had moeten lachen om een advertentie in het blad van de
vereniging Eigen Huis. Op het plaatje zie je een gewoon rijtjeshuis met een
paadje van de voordeur naar het hekje. En daar, op de plaats van het hekje,
stond een giga uitvoering van zo’n poortje dat ze ook in grootwinkelbedrijven
hebben. Zulke poortjes gaan altijd loeien als je er doorheen loopt met eerlijk
betaalde waar. Ik was eens tot stand gekomen bij zo’n poortje van het
Kruidvat. Het loeide van jewelste. Terwijl ik nog een beetje stond te schrikken,
werd ik ferm door een verkoopster teruggeroepen naar de toonbank. Ik
gehoorzaamde zonder aarzelen. Of ik mijn tas wilde laten zien. Ik liet mijn tas
zien. Of zij eens in mijn toilettasje mocht kijken. Ik maakte het prompt open.
Triomfantelijk viste zij er een lipstick uit, die elders, maar ook in deze
winkels wordt verkocht. Zij hield hem
omhoog, zodat iedereen hem kon zien, ook enkele dames aan het einde van de
toonbank. Deze dames keken naar mij. En naar de verkoopster, die mij had
betrapt. Op heterdaad. Zij was nog niet klaar. Ze ging de lippenstift
openschroeven. Zij zag een half opgebruikte lippenstift. Toen ik haar erop wees
dat de lippenstift was gebruikt, weigerde zij aanvankelijk dit te beamen. Maar
volhouden kon ze het niet. Toen werd ook de ware boosdoener betrapt. Het bleek
een sticker met een barcode, die nog op de huls van de lippenstift zat. De
elektronica in het poortje bleek zo scherp afgesteld, dat deze zelfs reageerde
op maanden oude stickers. Ik vroeg de verkoopster mij naar de
stickerverwijderaars te begeleiden. Daar heb ik er een uitgekozen en uiteraard
betaald. Deze voor haar waarschijnlijk te subtiele reactie leek mij de enige
manier om te reageren.Verontwaardigd was ik niet, eerder verbijsterd. De manier
waarop de verkoopster mij binnen 1 minuut zodanig had gemanipuleerd dat ik als
een schaap mijn toilettasje opende, intrigeerde me. Leerde ze dat op cursus ?
Welke psycholoog instrueerde dit winkelpersoneel om klanten zodanig te
overmannen dat zij geen kant meer op kunnen? Dat zij als een konijn in de
koplampen blijven staan?
Ik
had eens een inbraak gehad en en had alle begrip voor het
Kruidvat. Ik wilde dus ook beveiliging. Ik hoefde niet eens een poortje
voor mijn huis. Een kastje in mijn meterkast volstond en dan de aanbieding. Voor
het luttele bedrag van € 24,50 per maand bood de eerbiedwaardige firma Essent
mij een contract aan voor vijf jaren. Daarvoor zou ik geheel beschermd zijn: als
een inbreker mijn deur forceerde zou het alarm gaan gillen, maar er zou ook een
stil alarm naar een centrale gaan. Die zou eerst mij bellen en, mocht ik niet
opnemen, twee, door mij aan te wijzen buren, verzoeken rond het huis te lopen.
Roken zij onraad dan zouden ze terugbellen, opdat een bewaker zich naar mijn
huis zou spoeden. En als ik thuis kwam te vallen en niet meer op kon staan, kon
ik twee toetsjes indrukken op een afstandbediening en dan kwam er, zo nodig, ook
iemand om mij op te rapen. Maar ik hoefde niet meteen te beslissen. Ik kon alles
bekijken op een videoband. Ik liet de band komen en leerde dat het alarm
geschikt was tot een maximum van twee kleine huisdieren. Op de band zag ik twee
hondjes rondscharrelen. Ik heb twee poezen. Die zijn nòg kleiner, dus dat moest
lukken. ‘Moet je doen’, zei een kennis tegen me ‘ik heb een alarm, zet ik
‘s avonds aan, geeft een enorm veilig gevoel.’ Nu, anderhalf jaar later
blijkt zij het te hebben afgeschaft, want ze vindt het maar niks.
Ikzelf
evenwel, zou geheel zelfstandig mijn eigen alarm kunnen besturen, zonder dat een
of andere miljonair de afstandsbediening in zijn kluis had verstopt. Het zou mij
een geheel verzorgd gevoel geven. Ik bestelde en tekende het contract.
Wordt vervolgd